|
04-09-2006 - Gevaarlijke sport en loondoorbetaling bij ziekte De soep wordt weer eens niet zo heet gegeten
Op 27 juni 2006 heeft het Hof in Arnhem een uitspraak gedaan die zelfs het journaal heeft gehaald: werknemers die gevaarlijke sporten beoefenen zouden het risico lopen dat hun loon niet hoeft te worden doorbetaald. Het nieuws werd gebracht alsof er een revolutionaire wijziging in de bestaande arbeidsrechtpraktijk had plaatsgevonden. Maar de soep wordt weer eens niet zo heet gegeten als hij in het journaal werd opgediend.
Wat is er gebeurd?
Een werknemer, chauffeur bij een bedrijf, had als hobby zaalvoetballen. Zaalvoetbal is een van de meest blessuregevoelige sporten. Deze werknemer was wat dat betreft een schoolvoorbeeld: vanaf juni 2000 tot januari 2005 was hij in totaal 23 maanden arbeidsongeschikt vanwege opgelopen blessures. In januari 2005 is hij volledig arbeidsongeschikt geworden. In 2002 heeft de werkgever de werknemer schriftelijk laten weten financiële consequenties te verbinden aan eventueel volgende perioden van arbeidsongeschiktheid samenhangend met het zaalvoetbal.
De werknemer ontving voor zijn werkzaamheden een basisloon met daar bovenop een overwerkvergoeding. Deze overwerkvergoeding werd aan de werknemer betaald op basis van de CAO. Uiteindelijk heeft de werkgever het dreigement om financiële consequenties aan de arbeidsongeschiktheid te verbinden ten uitvoer gebracht. Tijdens een periode van ziekte is wel het basisloon aan de werknemer betaald, maar niet de op de Cao gebaseerde overwerkvergoeding.
Geen stopzetting van het basisloon
Het nieuws over deze uitspraak werd gebracht alsof werkgevers vanaf nu het loon kunnen stopzetten van werknemers die door het beoefenen van hun sport arbeidsongeschikt zijn geraakt. De suggestie werd gewekt dat zelfs een blessure tijdens een skivakantie financiële gevolgen zou kunnen hebben. Dat is echter zeker niet het geval.
Artikel 7:629 BW bepaalt dat de werknemer recht heeft op doorbetaling van zijn loon tijdens de eerste 104 weken van ziekte. Volgens lid 3 van dit artikel heeft een werknemer geen recht op loondoorbetaling als de ziekte door zijn opzet veroorzaakt is. Daarvan is bijna nooit sprake. Als de werkgever om deze reden de loonbetaling zou willen stopzetten, dan zou moeten vaststaan dat de werknemer was gaan zaalvoetballen met de bedoeling om arbeidsongeschikt te raken.
Het Hof was van mening dat van opzettelijk veroorzaken van de arbeidsongeschiktheid in dit geval geen sprake was en dat terecht het basisloon was doorbetaald.
In het algemeen is het zo dat opzettelijk riskant gedrag met als gevolg arbeidsongeschiktheid niet leidt tot verlies van het recht op loondoorbetaling.
De toepasselijke CAO kent echter een andere formulering dan de wet waar het gaat om doorbetaling van de overurentoeslag tijdens ziekte
Wel terechte stopzetting van CAO-aanvulling: ‘schuld of toedoen’ niet hetzelfde als ‘opzet’
De werknemer kreeg naast zijn basisloon een overurentoeslag uitbetaald op basis van de CAO. De CAO bepaalt dat de werkgever verplicht is deze toeslag tijdens ziekte van de werknemer door te betalen, behalve wanneer de arbeidsongeschiktheid door schuld of toedoen van de werknemer is veroorzaakt. De werkgever was van mening dat deze overurentoeslag niet hoefde te worden uitbetaald.
Het Hof was van oordeel dat niet zonder meer gesteld kon worden dat ‘door zijn schuld of toedoen’ dezelfde betekenis heeft als de ‘opzet’ die vermeld staat in artikel 7:629 lid 3 BW. Om te kunnen aannemen dat de arbeidsongeschiktheid van de werknemer door diens schuld of toedoen is veroorzaakt is, volgens het Hof, vereist dat aan de werknemer een relevant verwijt van het ontstaan van de arbeidsongeschiktheid kan worden gemaakt. Van belang is dat de werknemer door zijn sportbeoefening redelijkerwijze heeft moeten voorzien dat dat tot arbeidsongeschiktheid zou kunnen leiden. Tevens is van belang dat de werknemer heeft nagelaten om maatregelen te treffen om te voorkomen dat deze arbeidsongeschiktheid zou ontstaan, terwijl hij wel maatregelen had kunnen nemen.
Het Hof overwoog dat de werknemer wist dat het zaalvoetballen een groter dan normaal risico op blessures met zich meebracht en dat er door de werkgever verschillende gesprekken zijn gevoerd met de werknemer waarbij aan de werknemer is verzocht om te stoppen met zaalvoetballen. Werkgever heeft verder gewezen op eventuele nadelige financiële consequenties die zouden kunnen ontstaan als de werknemer weer zou uitvallen door het zaalvoetballen. Daardoor was het Hof van oordeel dat in een van de perioden waarin de werknemer arbeidsongeschikt was sprake was van een situatie waarin de arbeidsongeschiktheid was veroorzaakt door zijn schuld en toedoen. In die periode hoefde de werkgever dus niet de overurentoeslag te betalen.
Conclusie: wel loondoorbetaling bij gevaarlijke sporten
Uit het arrest van het Hof volgt dat een werknemer die geblesseerd raakt bij het uitoefenen van een (gevaarlijke) sport in beginsel gewoon recht heeft op loondoorbetaling. Dat is alleen anders als een werknemer die gewond raakt bij het sporten zijn arbeidsongeschiktheid opzettelijk veroorzaakt. Daarvan is bijna nooit sprake.
In dit geval is in de toepasselijke CAO de mogelijkheid van stopzetting van betaling van de overurentoeslag minder aan minder strikte criteria onderworpen dan de wet stelt voor het stopzetten van de loondoorbetaling. Volgens het Hof was wel sprake van ‘schuld en toedoen’ van de werknemer.
Uit het arrest kan worden afgeleid dat ook bij stopzetting van de aanvulling op basis van de CAO zorgvuldig gehandeld moet worden.
Gepost door: eadriaanse op 04-09-2006 om 13:48
|
|
|